Hallal

 

Halleluja,
doktertjesdag.
Halleluja, ook ik mag
op de gang,
zonder dwangbuis.
In dit gekkenhuis
halleluja ik
iedereen bang.

De dokter
bevraagt mij,
bekijkt mij,
bevoelt mij,
beklopt mij,
tot ik brul:
hallelul.

Hij vraagt
de verpleegster
hoe ik het stel.
Halleluja roep ik dan snel.
Ik struikel en nestel me op haar schoot,
en halleluja mijn hoogste nood.
Ik schurk me tegen haar roze huid
en haal stevig naar de dokter uit,
die ik beschop en bebijt.
Helaas
ben ik mijn gebit weer kwijt.

Een naald schuift venijnig
in mijn bil,
ik halleluja
daar gaat mijn wil.

Hallelu
non de dju

 

terug recent